Moerensplijter

Moerensplijter
voor het verwijderen van de uitlaatmoeren.

Uitlaat NSU-tapeind
NSU tapeind


Herstellen schroefdraad M8x1

 

Uitlaat verwisselen

Om een uitlaat te verwisselen moet er op 2 dingen
gelet worden. Draai nooit de bevestigings-tapeinden
samen met de moer uit de cilinderkop. Terugdraaien
gaat meestal niet, omdat de koelluchtbeplating vaak
net niet goed voor het schroefdraadgat zit.
Gebruik een moerensplijter en zorg voor nieuwe moeren.
Gebruik nooit een vervangend standaard tapeind M8.
Controleer gelijk de 3 motorrubbers, indien slap direct vervangen.

Motor NSU Prinz 4

Uitlaat demonteren

Verwijder de 6 uitlaatmoeren M8 bij voorkeur met een moerensplijter. Hierdoor wordt voorkomen dat de tapeinden uit de cilinderkop worden gedraaid. De schroefdraad van het tapeind in de cilinderkop heeft de maat M8 fijn (M8x1) en de andere kant standaard M8 (M8x1,25).
Verwijder de 2 onderste bouten M10 x 22 slw17 van de uitlaatbeugels.
Zorg ervoor dat de lagerbout, zie foto hieronder, niet verdraaid. Zeskant 19 mm.

Lagerbout Lagerbout motorophanging
De 2 pasvlakken zitten in de aluminium motorlip en de uitwendige schroefdraad M12 in het motorrubber.
Aan de rechterkant wordt de beugel van de uitlaat bevestigd met bout M10 x 22 met borgplaat en fiberringen.

 

 

Uitlaat monteren

Gebruik altijd nieuwe uitlaatpakkingen. De uitlaatpakkingen achter de beplating kunnen meestal blijven zitten. Smeer de tapeinden licht in met grafietvet. Gebruik altijd nieuwe moeren M8 met borgring of speciale verkoperde zelfborgende M8 moeren (slw12 of 13). Gebruik nieuwe borgplaten voor de onderste 2 bouten M10 x 22 en de plaats de 4 fiberringen. Deze fiberringen dienen om de warmte van de uitlaat richting motorblok te verminderen. De uitlaatmoeren na montage altijd na 500 km controleren en natrekken.

AANDACHTPUNTEN
Controleer de 2 achterste motorrubbers en het voorste motorrubber.
Slappe motorrubbers altijd vervangen.
Controleer de aansluiting van de kachel-luchtslang aan het aluminium spruitstuk.
Controleer de rubber afdichting van het klepje van het kachel-spruitstuk.
Voor herstel schroefdraad M8x1 in de cilinderkop zie pagina herstel...

Uitgebreide tekst uitlaat vervangen van de NSU Prinz 4

Op een gegeven moment moet de uitlaat vervangen worden en dat is geen makkelijk karwei. Afgezien de bevestiging van de 2 oren van de uitlaat die aan de motortraverse zitten, kunnen de 6 stuks M8 moeren van de uitlaatbevestiging nogal zijn vastgeroest. In de periode tot 1972 was het een aardige optie om deze klus uit te besteden aan een uitlaatfitter of garagebedrijf, maar de kans dat dit nog zo werkt is gering. De ervaring is, dat de 6 speciale tapeinden die in de cilinderkop zitten, nogal eens voor problemen hebben gezorgd.

Uitgangssituatie
We treffen zwaar verroeste uitlaatmoeren aan op de tapeinden en na een poging deze los te draaien verandert het oorspronkelijke zeskant van de moer in een niet te versleutelen brok afgesleten ijzer. Nadat we met een waterpomptang nog een poging doen de moer los te draaien zonder succes, wordt het al maar erger en duidelijk: het moet anders. Om deze tragedie iets aan te scherpen gebeurd dit natuurlijk ook nog juist met de laatste moer... en ook die moet er echt af voor een nieuwe uitlaat.
Voor dit soort gevallen is er maar één goede oplossing: de moersplijter.
Zo'n moersplijter werkt prima en in de meeste gevallen is het aan te raden dit gereedschap direct te gebruiken om alle moeren te verwijderen.
Het voordeel hierbij is dat de tapeinden blijven zitten en het minst beschadigen.

De praktijk met het uitlaat-tapeind
In enkele gevallen gebeurt het dat bij het losdraaien van de moer, ook het tapeind uit de cilinderkop wordt gedraaid. Op zich al prettig dat er iets los komt, maar het venijn bij een nieuwe tapeindmontage kan verrassend zijn.
Zoals alle standaard tapenden zijn er 2 draadstukken. Het bijzondere is, dat aan de buitenkant de gewone M8x1,25 schroefdraad zit, maar in de cilinderkopkant zit M8 fijn (M8x1). Deze tapeinden zijn specifiek voor onze NSU's en liggen absoluut niet in het magazijn van een algemeen garagebedrijf of een uitlaatfitter. Als het tegenzit wordt er met enige kracht een standaard tapeind M8 in de cilinderkop gedraaid met het eindresultaat dat deze in het M8x1 schroefdraadgat komt, maar toch ook flinke schade veroorzaakt in de cilinderkop en niet goed vastzit. Ik kan u verzekeren dat er best een grote trekkracht op het tapeind komt te staan. Als zo'n standaard tapeind M8 bij het aandraaien van de moer uit de cilinderkop wordt getrokken, dan heeft u echt een probleem.

In de beginjaren (1961) van dit fraaie Prinz motortje werd dit euvel door de NSU fabriek onderkend. De eerste serie uitlaten bleken ook niet helemaal te voldoen qua sterkte en werden later vervangen door een steviger uitvoering. De tapeind-constructie voldeed bij de oorspronkelijke lichtere uitlaat, maar de nieuwe uitlaat met inwendige warmtewisselaar was veel zwaarder en de belasting op de tapeinden eigenlijk te hoog.
Volgens de fabrieksinstructie moesten de onderste tapeinden verwijderd worden en daar moest een versterking in de cilinderkop gemaakt worden: de Ensat-bus.
Deze Ensat-bus is een zelfdraadsnijdende schroefdraadbus.
Uitwendig M12x1,5 (niet standaard) en inwendig M8x1. De fabriek had een speciaal stuk gereedschap (boormal) ontwikkeld, nr. 40 91 00 945, om deze draadbus aan te brengen zonder de cilinderkop te hoeven demonteren. Op zich al erg lastig omdat er erg weinig ruimte is om een gat te boren en zo'n Ensat-bus te monteren. Dat was toen een bijna noodzakelijke optie, want de hele cilinderkop demonteren om een tapgat te verstevigen is een buitengewoon duur en omvangrijk werk in tijd en geld.
Wat er precies is gedaan om dit zwakke punt te verbeteren weet ik niet, maar het ligt voor de hand dat het schroefdraadgat M8x1 dieper is gemaakt. Op zichzelf is er qua sterkte nu dus geen probleem met het nieuwe tapeind en de fijne schroefdraad, maar de kwetsbaarheid blijft. Toch zie je in veel gevallen dat deze inwendige schroefdraad is beschadigd of soms helemaal verdwenen door het gebruik van een verkeerd (standaard) tapeind M8 of dat het juiste tapeind er scheef is ingedraaid.

In de praktijk kan er ook een standaard schroefdraadoplossing met een AMECOIL M8 uitgevoerd worden, waardoor een standaard tapeind kan worden gebruikt. Op zichzelf een goede oplossing, maar de montage van de speciale NSU Ensat-bus (vanwege de schroefdraadlengte van 18 mm) is de beste oplossing. Ook als de bovenste schroefdraadgaten stuk zijn kan zo'n Ensat-bus gebruikt worden.

Montage Ensat-bus

Met een boormachine en de boormal wordt het gat opgeboord naar 10,3 mm.
Voor een optimale geleiding eerst een handtap nr. 1 met schroefdraad M12x1,5 gebruiken. Let op: een standaard tap M12 heeft een spoed van 1,75 mm.
Monteer de Ensat-bus met speciale montagegereedschap...

Advies uitlaat-demontage
Als de uitlaatmoeren zelf niet snel los te draaien zijn, direct een moersplijter gebruiken om te voorkomen dat de tapeinden uit de cilinderkop worden gedraaid.

Advies uitlaat-montage
Als de tapeinden in redelijke staat zijn en ze zitten stevig in de cilinderkop: absoluut laten zitten, schoonborstelen met een staalborstel en een beetje insmeren met grafietvet.
Als het tapeind uit de cilinderkop is gedraaid, moet het schone tapeind eerst in de cilinderkop gedraaid worden en daarna de uitlaat monteren. Hiermee wordt voorkomen dat het tapeind door de klemmende luchtkoelbeplating of de uitlaatflens scheef in de cilinderkop wordt gedraaid. Als de inwendige schroefdraad (M8x1) eenmaal is dolgedraaid, dan moet dit herstelt worden met een Ensat-bus of een andere schroefdraadvervanger (Helicoil, AMECOIL). Gebruik altijd nieuwe uitlaatpakking (2x buitenkant). De uitlaatpakking tussen de cilinderkop en de koelluchtbeplating kan uiteraard blijven zitten, tenzij alles is losgenomen.
Smeer het tapeind aan de buitenkant in met een klein beetje grafietvet. Gebruik altijd nieuwe uitlaatmoeren M8. Deze moeren zijn van staal en verkoperd en hebben soms een zelfborgende werking sleutelwijdte 12 of 13.

De bovenste 6 moeren bij de uitlaatflens en de onderste 2 bouten van de uitlaatbeugel gelijkmatig aandraaien waarbij het accent op de 6 moeren ligt, want die moeten voor een goede flensafdichting zorgen. De 2 onderste bouten als laatste vastdraaien.
Uitlaatmoeren en de 2 bouten na montage altijd na 500 km controleren op vastzitten. Iets losdraaien en daarna goed natrekken.