Cilinderkoppen TT
Cilinderkoppen TT
Achterste tuimelaaras verwijderen

Cilinderkoppen demontage
Cilinderkop demontage
even op straat 20 juli 1988

Tekening distributiehuis

Cilinderkoprevisie 4-cilindermotor

Een cilinderkop revisie is mogelijk als de motor-unit
in de auto blijft.

Cilinderkop 1000

Voorbereiding

Accu loskoppelen voor de veiligheid. Leg de diverse onderdelen die uit de cilinderkop worden gedemonteerd zodanig neer dat ze bij hergebruik op dezelfde plek worden gemonteerd. Merk de onderdelen eventueel en maak ze stuk voor stuk schoon. Demonteer luchtfilter, carburateur en spruitstuk. Demonteer de ontstekingskabels, bougies en de verdeler.
Demonteer het uitlaatsysteem, olieleiding nokkenas en koelluchtbeplating.

Klepdeksels verwijderen en klepspeling controleren, tuimelaars ontspannen en tuimelaarbussen en tuimelaars verwijderen. Distributiedeksel en kettingspanbout losnemen. Beugel tussen cilinderkop en distributiehuis losnemen. Controleer de axiale speling van de nokkenas, max. 0,2 mm tussen kettingwiel en lagerplaat.

Draai de centrale bout M10x1 slw15 los van het kettingwiel. Demonteer het kettingwiel en de lagerplaatconstructie. Trek de nokkenas voorzichtig naar links uit de cilinderkoppen. Wanneer de nokkenas vastloopt in de linker cilinderkop moeten alle cilinderkopmoeren losgedraaid worden. Wrik de cilinderkoppen gelijkmatig los en neem de cilinderkoppen, met nokkenas, weg.

Cilinderkop revisie

Inspecteer de cilinderkoppen op slijtage en gebreken vóór revisie. Alleen de cilinderkoppen van een 1000 mogen gevlakt worden, maximaal 0,3 mm.
Monteer nieuwe standaard klepgeleiders. Gebruik eventueel een overmaat (buitendiameter) klepgeleider. Maak de verbrandingsruimte vrij van koolaanslag als de klepgeleiders verwijderd zijn. Controleer de schroefdraad van het bougiegat. Schroefdraadgaten kunnen hersteld worden met een schroefdraadbus. Monteer altijd nieuwe inlaatkleppen en uitlaatkleppen. Frees de klepzetels altijd minimaal schoon, nadat de nieuwe klepgeleiders gemonteerd zijn. Maak de aluminium drukvlakken waar de flensmoeren op worden vastgezet goed schoon en vlak en controleer de flensmoeren. Klepgeleiders demonteren uit een verwarmde (140 - 160 graden) cilinderkop. Zorg voor een cilinderkop pakkingset én een set klepsteelafdichtingen. Voer de revisie deskundig uit of laat het door een revisiebedrijf doen. Maak vóór montage van de onderdelen de cilinderkop goed schoon.

Cilinderkop montage onderdelen

Klepgeleiders monteren in een voorverwarmde (140 - 160 graden) cilinderkop. Gebruik hiervoor een goed passende montagedoorn. Controleer of de klepsteel goed gangbaar schuift in de klepgeleider. Monteer de kleppen, klepsteelafdichtingen, klepveren - klepschotels en klepspieën met behulp van een klepveerdrukker. Smeer de onderdelen vooraf licht in met een combinatie van motorolie en Molykote pasta. Monteer de oliekeerringen 45 x 55 x 7.
Monteer nieuwe of goede tapeinden voor de uitlaatkant en de inlaatkant van de cilinderkop.

Cilinderkoppen monteren

Plaats de pasbussen (eventueel met O-ring), plaats de koppakking op de vlakke cilinder of de afdichtring of C-ring over de afdichtrand en controleer de uitstekende lengte van de tapeinden. Maak de tapeinden van tevoren goed schoon.

Plaats de 2 cilinderkoppen gelijktijdig (de nokkenas reeds naar binnen geschoven) en druk de cilinderkoppen voorzichtig en gelijkmatig tegen de pakkingen of afdichtringen.
Draai de cilinderkopmoeren in de juiste volgorde en gelijkmatig aan. Geef met een kunststof hamer enkele tikken tegen het dikke ronde nokkenashuis om de juiste stand te vinden. Draai de flensmoeren tot slot in de juiste volgorde vast met een momentsleutel (32 Nm voor 1000 en 35 Nm overige modellen). Per cilinderkop eerst de 2 middelste, dan diagonaal rechts boven, links onder, rechts onder en links boven.

Nokkenas

Optie: voordat de nokkenas wordt gemonteerd moeten de cilinderkoppen definitief zijn vastgedraaid. Extra controle op het juiste aandraaimoment.
Als alle flensmoeren dus met het juiste moment zijn aangedraaid, deze na 15 minuten, per stuk, in dezelfde volgorde, 1/8 slag losdraaien en met de momentsleutel definitief vastdraaien.

Let op: de nokkenas is alleen gelagerd in de rechter cilinderkop (2x).
Links wordt de nokkenas gelagerd in de lagering van het verdelerhuis.
Het verdelerhuis moet zeer nauwkeurig worden afgesteld zodat de nokkenas gecentreerd en spanningsvrij draait.

Lagerstuk nokkenasBreng de nokkenas in de juiste positie en monteer het aluminium lagerstuk en stel dit nauwkeurig af (2 moeren M8 of 3 moeren M6) zodat de nokkenas spanningsvrij rond draait. Voor een optimale afstelling het lagerstuk minimaal smeren met motorolie, zodat de instelling goed kan worden uitgevoerd. Tijdens het vastdraaien van het lagerstuk goed controleren of de soepele draaiing van de nokkenas gehandhaafd blijft. Gebruik als optie vloeibaar borgmiddel op de tapeinden.

Indien het lagerhuis na goed vastdraaien toch scheef wordt getrokken, waardoor er wringing optreedt, kan latoenkoper gebruikt worden voor correctie van de stand. Smeer de nokkenas later goed met motorolie.

Nu kan de distributiezijde worden afgemonteerd met de nokkenasbus, drukplaat het kettingwiel. Let op bij de montage van het kettingwiel-nokkenas dat het vliegwiel op OT staat én de 1ste cilinder-zuiger (bij de distributie) op ontsteken staat (in- en uitlaatklep dicht). Het teken (stip) op het kettingwiel moet corresponderen met de punt aan het distributiehuis. Draai de centrale bout in de nokkenas vast met een moment van 35 Nm. Span de ketting en zet de stelbout voorlopig vast zodat de werking gecontroleerd kan worden. Let op de nokkenas axiale speling van 0,2 mm.

Tekening van het distributiehuis met de oude- en nieuwe nokkenaslagering bij de distributiekant. Dit is een tekening uit het (toekomstige) boek Motor.

Als alles goed draait, kan de distributiedeksel gemonteerd worden.
Draai eerst de stelbout met de O-ring door de deksel op het tapeind en zet dan de reeks moeren of bouten van de distributiedeksel vast.
Stel daarna definitief de ketting. Zie pagina kettingspannen hier...
Monteer de olieleiding nadat de nokkenas ruim voldoende met olie is gesmeerd.
Monteer de tuimelaar-constructie en voorzie de draaipunten van motorolie.
Stel de klepspeling op 0,2 mm (uitlaatkant iets ruimer, maximaal 0,25 mm)
en monteer de klepdeksels en overige motoronderdelen.

Cilinderkopmoeren natrekken

Na montage moeten de cilinderkopmoeren na 500 km worden nagetrokken.
Draai de uitlaatmoeren iets los en wrik de uitlaat een beetje naar achteren. Draai de flensmoer eerst met 32 of 35 Nm vast, controleer hiermee hoe vast de flensmoer zat, daarna 1/8 slag los en tot slot met 32 voor het 1000 model of 35 Nm voor de overige modellen, weer vast. Doe dit in de juiste volgorde. Controleer de speling van de distributieketting en span deze opnieuw.
Controleer of het lagerstuk goed vastzit. Controleer de klepspeling.
Het natrekken van de cilinderkopmoeren is belangrijk voor de 1000 die een cilinderkoppakking heeft (32 Nm). Voor de overige modellen is het natrekken (35 Nm) van minder belang, vast is vast.

Aandachtpunten

Cilinders
Wanneer de cilinderkoppen gereviseerd worden is het aan te bevelen ook de cilinders te honen en de zuigers op te knappen. Altijd de zuigerveren vernieuwen.

Kettingspanner
Controleer de rol van de kettingspanner. Als deze is ingesleten moet deze vernieuwd worden. Stel de kettingspanner af, zie hier...

Verdeler
Controleer de verdeler op axiale en radiale speling, voor onderhoud zie hier...
Vernieuw de contactpunten en condensator preventief.
Controleer de vacuumvervroeger en de mechanische vervroeger.
Vernieuw de afdichtring die om de verdelerhals zit.
Stel de ontsteking op het juiste tijdstip af, zie hier...