Wout de Greef 1988
Wout de Greef in 1988

Het begon in Zandvoort 1946
Bouw van de Grefa 125 cc
15-05-1947 Etten Puch
13-09-1947 't Zand Grefa
21-09-1947 Weerd
14-08-1948 Tubbergen
28-08-1948 Zandvoort
13-05-1950 Tolbert-Midwolda 1e
20-08-1950 Tubbergen
06-05-1951 Zandvoort
07-07-1951 Assen TT
18-08-1951 Tubbergen Grefa
23-08-1952 Tubbergen Rennfox
07-09-1952 Zandvoort
27-06-1953 Assen TT Rennfox
Stroomlijnkuip
Waar is de Grefa?

Wout de Greef

Nederlands kampioen 125 cc 1951 op Grefa

Nederlands kampioen 125 cc 1952 op NSU Rennfox

Een van de Nederlandse wegrenners die kan terugkijken
op een mooie wegraceperiode vanaf 1947 van ruim 10 jaar,
was Wout de Greef. In die periode kon hij zich tweemaal toe
Nederlands kampioen noemen in de 125 cc senioren klasse.
Hij was niet alleen wegrenner, maar ontwikkelde en bouwde zelf zijn eigen motorfiets de Grefa. Met die ene motorfiets kon hij zich handhaven en doen gelden tussen de bekende fabrieksmerken zoals DKW, Eysink, Batavus en Sparta.
In 1952 reed deze talentvolle Wout de Greef met een fabrieks NSU Rennfox vanuit de staartpositie naar de overwinning en behaalde hierdoor tevens het Nederlands kampioenschap in de 125 cc klasse. In 1953 moest hij na de trainingen de beste NSU Rennfox afstaan aan fabrieksrijder Werner Haas die punten nodig had voor het komende wereldkampioenschap.

Opvallend is dat vooral tijdens internationale races, de Nederlandse renners een ondergeschikte rol speelden bij de verslaggevers van toen. Buitenlandse namen en merken, die spraken de mensen aan, daar kon men reclame mee maken.

Wout had daar geen boodschap aan, hij bleef de vakman en sportmens.
Hij zei: “Van huis uit maak je een knap ding, en dan blijft het ook wel goed”.

Dit verhaal over Wout de Greef begint in de 30-er jaren en we gaan ons verplaatsen naar omstandigheden die toen golden. In januari 1932 werd Wout 14 jaar en dat betekende, dat hij de schoolbank moest verruilen voor de werkplaats van zijn vader. Het schooljaar duurde eigenlijk tot augustus, maar daar kon niet op gewacht worden, meehelpen was gewoon noodzakelijk. Z'n vader had een ongeluk gehad op zijn 17de. Hij werkte toen in een houtbedrijf en wilde in schafttijd met een stuk touw een bootje op de kant trekken met behulp van een machinelier met een poelie. Zijn hand werd gegrepen en die is eraf gegaan. Toen hij 23 jaar was begon hij gewoon een eigen bedrijfje, hij had het gewoon, anders kon het niet. Hij reed op zware motoren met één hand zoals op H.D. en Indian en het schakelen deed hij met een leren vuistje en zo reed hij ook auto. Toen zat de versnellingshandel nog aan de buitenkant van de auto. Hij was 8 jaar particulier chauffeur geweest. Toen was ik nog een pukkie.

W.A. de Greef

Vanaf 1932 werkte Wout dus in de reparatie-inrichting voor motoren, auto's en machines van zijn vader. Een heel druk bedrijfje dat aan de westrand van Amsterdam lag. Er was ook stallingruimte voor auto's en motoren, en Wout kreeg al snel interesse en feeling voor motoren. Hij repareerde motoren zoals Motorsakos (Zwitsers), Husqvarna, Sunbeam, lichte en zware motoren en maakte toen hij wat ouder was de proefritjes.
Er werd ook gewerkt aan auto's van mecaniciens van de KLM, waaruit goede contacten ontstonden. Tijdens de mobilisatie lag bijna alles stil en hij moest een andere baan gaan zoeken. Een half jaar heeft hij bij een elektrodefabriek NEKEF gewerkt en later ook nog bij Citroën. Daar deed hij van alles, want toen was het de tijd van de auto-gasbalonnen en bewerkte toen inlaat- en uitlaatspruitstukken. In die tijd liep hij ook tijdens wieler- en voetbalwedstrijden met honderden chocoladerepen rond in het Olympisch Stadion, dat heeft hij vijf jaar gedaan en verdiende daar één halve cent per reep mee. Na de oorlog nog wel geprobeerd, maar de verdiensten waren schandalig laag.

De motorsport begon in Zandvoort 1946

In 1946 hadden ze in Zandvoort een stratencircuitje georganiseerd en ik was daar met een andere jongen.We waren er voor niks opgekomen natuurlijk en dat racen trok me zo aan. Toen ik ze zo zag rijden, want ze gingen daar gewoon rechtop zittend door de bocht heen, dacht ik, nou dat lijkt nergens op en ik zei tegen die vriend, “dat ga ik ook eens proberen”. Die vriend was verzekeringsagent en die had een Puch'ie en die zei: “nou dan ga je het op het Puch'ie proberen”. Met die vooroorlogse Puch 125 cc heb ik de eerste schreden op het straatcircuit gezet.

Wegcircuit Etten 15 mei 1947

Dat was op 15 mei 1947 in Etten Noord-Brabant en daar had ik meteen de smaak te pakken. Ik had daar startnummer 8 en voor de startpositie werd toen nog geloot. Had je pech, zoals Stoltenkamp, dan stond je achterin het veld en had je geluk dan stond je zoals ik vooraan. Dat werd later veranderd. Dat geluk was betrekkelijk op dat moment, want ik had toen wel mijn onderarm in het gips. Dat had ik te danken aan een terugslag van een bootmotor in de werkplaats, waar ik een zware kneuzing aan op had gelopen. Maar ik ging wel rijden, daar had ik naar toe geleefd.

De eerste wedstrijd in Assen, en dat was eind 1946 of begin 1947, toen reed ik op een 250 cc Rudge kopklepper. Daar reden we helemaal gratis. Een kennis had zelf een Velocette en die had een paar racemotoren en daar kreeg ik er dan een van.
We maakten toen alles zelf met een vriend van me, dat was Stoltenkamp, die had een Norton 500 cc en daar hebben we een zijspan aangemaakt. Ook helemaal zelf gemaakt, en daar konden we 2 motortjes op zetten. Zo ben ik met Stoltenkamp naar Assen gereden. Met zijn Norton en daar stonden dan 2 motoren op.

De motor achterop de Ford AngliaDaarna had ik een Ford Anglia en toen ging het wat makkelijker. De bumper eraf en een stuk hoeklijn met een pen er op gemaakt en daar stond de motor op met een zeil eroverheen en zo gingen we naar de circuits. Stoltenkamp had toen een VW kever. We waren dag en nacht bezig. Vanaf 1952 heb ik 7 jaar in een autobus gewoond, precies achter de werkplaats. Dus ik zat elke avond in de werkplaats, zo ging dat hè.

De bouw van de Grefa

Na die tijd, in 1947, ben ik zelf wat gaan zoeken. Begin dat jaar hoorde ik dat Jaap en Flip Haken een blokkie te koop had, een Villiers en dat lag helemaal uit elkaar. Dat kocht ik, want je had niet veel geld en bij ene Wierda, die zat op de Baarsjesweg, lag een oude Gillet-frame'pie op de hoop en dat was helemaal niets. Dat heb ik ook gekocht en zo ben ik begonnen. Toen kwam het sleutelen. We kochten ruwe zuigers en die draaide we zelf en die waren 'vlak'. Het Gillet-framepje werd later verbouwd. De banden die ik kocht hadden de hele oorlog overgelegen, dat waren oude transportbanden van een fiets en daar betaalde ik 200 gulden voor. Dat was een hoop geld, maar je moest rijden. De cilinderkop en de koelribben, die goten we 's winters in de kachel, een Sallemander die we met cokes stookten en daar had ik een speciale stalen bak voor gemaakt voor het gieten. Oude automobielzuigers werden gesmolten en daar maakten we de cilinderkop en de koelribben van. Ik had een buurjongen aan de overkant en die maakte de houten gietmallen voor in het vormzand en m'n broer was draaier en die draaide verder alles. Het motortje werd langzaam maar zeker opgebouwd. Jaap van Etten die eigenlijk trialrijder was en die bij de KLM werkte als motortechnicus, daar heb ik toen goed mee samengewerkt en daar heb ik veel aan te danken. Hij reed van 1950 tot 1953 ook op de Grefa, maar dan in de Junior-klasse, en op vliegveld Beek in 1951 werd hij Kampioen. Ook in Tubbergen heeft hij gereden met de Grefa.

Voordat de motor op het circuit kwam was er in korte tijd veel aan gesleuteld en alle binnenwerkse bewegende onderdelen werden gepolijst. De ontsteking zat aan de andere kant van de motor gemonteerd en er zaten vliegtuigpuntjes in en een verstelbare ontsteking met verdelerkap. Onder het rijden kon ik hem verstellen en ik had er ook een onderbrekerknop op. Dat had ik gedaan niet om te schakelen, maar om te controleren of hij niet “dieselde”, want er waren er ook een hoop die brandde een gaatje in de zuiger en dat moest ik voor zijn. Onderweg probeerde ik hem even, als hij inhield dan was het goed, reageerde hij niet op m'n onderbreker dan liep hij gewoon door, maar dan kreeg je een gaatje in de zuiger. Dan liept'ie wel verschrikkelijk hard, maar stond dan precies te krap. Als hij nou niet reageerde en hij liep zo door, dan kon ik hem wat meer benzine geven. Maar in eerste instantie om hem af te stellen was het zo, dat ik hem op topsnelheid bracht, want dan kon ik hem afstellen op precies 2-taken / 4-takten, en dat'ie precies 2-takte en precies goed liep en dan was de benzinetoevoer precies zoals het wezen moest.
Ik gebruikte een gewone Amal carburateur. Van binnen was het motortje geheel gepolijst. De tandwielen van de 3-versnellingsbak die werden zó gepolijst, het leek wel of het chroom was en bovendien had ik er een voetversnelling van gemaakt. Ik had ook de dunste olie die er was, SEA 10. Dat geeft geen weerstand. Ook de aandrijfketting was zo licht mogelijk. De velgen waren gewoon geschilderd, maakte alles op kogellagertjes en alles was uitgebalanceerd. De krukaswangen werden volgegoten met aluminium en ik maakte speciaal handgemaakte aluminium drijfstangen, gemaakt van vliegtuigpropellers. 7.000 toeren draaide het motortje. En zo had ik nog meer, ik maakte bijvoorbeeld een verstelbare sproeier en dat kwam kas jaren daarna op de motoren. Dat had ik in Zandvoort gezien, de rijders gingen het rennerskwartier in en dan was het wéér een andere sproeier en dat ging wel tien keer achter elkaar. Toen ik in 1947 begon te rijden dacht ik, dat maak ik anders en zo dat ik de sproeier er niet meer af hoeft. Er werd een sproeier opgeboord en heb er een verstelbare van gemaakt met een conische naald, dat was dus al in 1947. De eerste wedstrijd met m'n eigen motor, werd gereden op het circuit van 't Zand, 13 september 1947. Daar werd ik 6e van de 40 renners.
De naam Grefa is ontstaan uit de afkorting van De Greef en fabriek.

Spijtellaantje 77DDe zaak, werkplaats en kantoor aan het Spijtellaantje 77D in Amsterdam. Wout op z'n rug gezien en links z'n broer en rechts een klant.

De wedstrijden

Vanaf nu werden er vele wedstrijden gereden en enkele staan hier onder vermeld.
't Zand 13 september 1947. Werd verreden voor de tweede maal op dit circuit dat 5.718 m lang was. Bij de 125 cc Junioren was de opkomst zo groot dat in twee series moest worden gereden van 20 minuten. De 10 snelsten van elke serie reden in de finale.

't Zand 13 september 1947

't Zand 13 september 1947In het midden vooraan staat Dorrestein (33) en linksachter staat Wout de Greef (30) met zijn Grefa.

 

 

 

Wout de Greef 13 september 1947Ik reed in de tweede serie van 20 rijders en werd na Dorrestein, Stoltekamp, Heineman en Stegeman 5de en in de finale waar ook 20 rijders aan mee deden werd ik 6de.

 

 

 

 

 

 

 

 

Weerd zondag 21 september 1947

Op het wegcircuit van Weerd werd het wegrace seizoen afgesloten. Dit circuit was 3 kilometer lang, er gingen 18 renners van start en Wout was ook van de partij. J. Klinkhamer op Eysink werd eerste in 21 min en 25,2 sec en reed toen 82,3 km/uur gevolgd door H.J. Oude Avenhuis op DKW, H. Verhagen op Eysink, A. Mollink op Eysink, W. Hartman op DKW, A. v.d. Marel op Eysink en als 7e kwam Wout de Greef met zijn Villiers over de streep in 22 min en 38 seconden.

Wegcircuit 't Zand oftewel de Z.Z. races 't Zand - Zeerijp op 13 september 1947. Wout de Greef in actie op het rechte eind, waar snelheden van boven de 100 km/uur werden gehaald. Hier rijdt Wout nog met een enkele remnaaf in het voorwiel, maar de wedstrijdplaat is al in stroomlijn gebogen.

Tubbergen zaterdag 14 augustus 1948

Twente beleefde hier haar 3e geslaagde wegrace voor de 125 cc Junioren. Voor 5 ronden die gereden moesten worden, bestond zoveel belangstelling, dat tijdens trainingen op donderdag de rijders geselecteerd werden.

Tubbergen 14 augustus 1948Deze kwalificatiestrijd verliep deels in verschrikkelijke regen en nam de allure aan van een waterballet.
Wout de Greef met nr. 39 helemaal links op de foto.

Zaterdag om 12 uur gaan 37 rijders van start en Wout eindigde hier op de 6de plaats.

De uitslag was als volgt: 1. H.J. Oude Avenhuis op DKW in 29.26.2 min met een gemiddelde van 94.07 km/uur, 2. H. Verhagen op Eysink 29.40.4 min, 3. H.R. Brand op DKW 29.41.2 min, 4. J. Langwerden op DKW 29.41.8 min, 5. J.A. de Bie op DKW 31.01.4 min en 6de W.A. de Greef (39) op Grefa in 31.03.2 minuten.

Zandvoort 28 augustus 1948

Zaterdagochtend klokslag 10 uur begon het Zandvoortse feest met 27 gekwalificeerde Junioren rijders. Van Zutphen nam hier de eerste plaats gevolgd door Piet van Mispel en De Greef. De Bie en Dick Huysen als vierde en vijfde. Van de achterste plaats komt Verhagen en in de derde ronde komt hij als tweede door. In de 7e ronde valt Van Zutphen uit en De Greef en Huysen leveren een spannend gevecht om de 3e plaats dat pas in de laatste ronde werd beslist.
1. H. Verhagen op Eysink 30.43.6 min en dat was 90.07 km/uur, 2. H.J. de Bie op DKW 30.54.8 min, 3. D.J. Huysen op JLO 31.17.5 min en 4. W.A. de Greef op Villiers in 31.17.9 min en 5. P. Kits op Eysink 31.46.8 minuten.

Tolbert - Midwolde - Leek 13 mei 1950

De eerste CC races op het circuit Marum. Dat CC stond voor Cornelis en Cornelis, dat waren twee enthousiastelingen die op het idee kwamen om hier wegraces op een driehoekig circuit te houden. Er heeft daar aan de tot standkoming van deze races een actieve commissie gewerkt, die zich met grote ijver heeft kunnen verzekeren van medewerking van groot en klein. Alle omwonenden werkten mee door het gratis beschikbaar stellen van terreinen, het tramverkeer werd een dag stopgezet en zo'n slordige 3.000 strobalen werden zomaar aangeboden. Dat was wel nodig, want het circuit was niet gemakkelijk. Echt om het racen te leren vonden enkele renners. Er kwam alles in voor: twee hairpins, een 6-tal S-bochten, een haakse bocht en wat rechte einden met snelle flauwe bochten. Verslaggever Harmse schreef: “Die junioren zijn als regel bezield met dat heilige vuur, dat enthousiasme om eens te laten zien wat ze er van kunnen. En dat was soms heel wat meer dan wij in verband met de moeilijkheden van dit circuit verwacht hadden”. Hier reed Wout nog als Junior 125 cc en en van de 34 voorinschrijvingen gingen 27 renners van start voor 12 ronden van 4.178 meter. Wout nam hier meteen de kop gevolgd door W. van Duuren die probeerde enkele ronden in het slipstream van Wout te blijven, maar kwam net wat snelheid tekort en werd gelost. H. v.d. Waerdt kon het tempo van de vechtersbazen goed volgen, maar moest na enkele ronden de meerderheid erkennen van de jonge Meierderes, die tot genoegen van zijn vader in enkele ronden opklom van de 9e naar de 4e plaats en na het duel met De Waerdt, de 3e plaats innam. De Waerdt moest helaas na een mooi begin, met motorstoring uitvallen. Wout hield het tempo hoog en stond zijn eerste positie niet meer af. De kracht van zijn motorfiets had hij ook te danken aan zijn nu gemonteerde dubbele voorremnaven, want voor de bochten remde hij iedereen eruit. Uiteindelijk won hij met ruim een halve minuut voorsprong.

Wout de Greef 13 mei 1950
Met zijn lichte Grefa liet Wout de Greef alle concurrenten achter zich.

 

 

 

 

Uitslag 1e CC races 13 mei 1950

Met deze prestatie op zak en terugkijkend naar deze race, vertelde Wout nu: “Voor mij was het toch het belangrijkste dat ik 's maandags weer gewoon aan het werk moest in de werkplaats, en nam daarom ook nooit risico's tijdens de races. Het werk ging gewoon voor”. De snelste ronde werd gereden door Wout de Greef in 2.54.9 minuten, snelheid 85.99 km/uur.

1e prijs 13 mei 1950
De gewonnen beker - tekening Hans Homburg

Tolbert 13 mei 1950
De lauwerkrans en felicitaties voor Wout de Greef, geflankeerd door zijn verloofde

Tubbergen zaterdag 20 augustus 1950

Tijdens de afsluiting van het wegraceseizoen met internationale wedstrijden vierde men tevens het eerste lustrum van de Stichting Tubbergen.

Wout de Greef en J. StoltenkampIn het 125 cc Junioren klasse hadden zich 15 renners gemeld waarvan er 14 van start gingen.

Deze “Junioren” Wout de Greef op Grefa en J. Stoltenkamp op Batavus hadden hun motorfiets gestald in een schuur van een boer.

Er werden 5 ronden gereden. 1. werd H.D. v.d. Waerdt (18) op Eysink in 27.54.7 min met een gemiddelde snelheid van 99.22 km/uur. 2. W.C. v. Duuren (33) op Sparta met de snelste ronde in 5 min 30 seconden met 100.96 km/uur totaal 28.10.8 min, 3. W.A. de Greef (39) op Grefa 28.19.7 min, 4. P. Schuringa op Eysink 28.44.8 min, 5. werd L. Hoppezak op Tilex 29.52.9 min, 6. G. Timmerman op Eysink 20.20.6 min en 7. J. Stoltenkamp op Batavus in 30.39.1 minuten.

 

Kampioen van Nederland in de 125 cc Senioren klasse werd Toni Heineman, maar de race werd uiteindelijk gewonnen door Van Zutphen op Eysink en nummer 2 werd W. Wierda op Norman. Zij reden de 7 ronden met een gemiddelde snelheid van 103.59 km/uur. Door hen werd ook de snelste ronde gereden namelijk 5 min 17.1 seconde en dat was 104.79 km/uur. Het oude ronde-record stond op naam van Mobi Vierdag met 100.88 km/uur.

De Grefa had origineel een drieversnellingsbak en ik heb er later een vierbak van gemaakt. Wout verklaarde: “Ja, ik moet natuurlijk wel eerlijk wezen, want de tandwielen werden door een ander gemaakt”. Die had een tandwielenfabriek en die zei; “probeer dat nou eens in je motor”, nou dat vond ik prima. Dat was ene meneer Koopmans een Amsterdammer. Elk jaar had ik er zo'n 5 kilometer bij.

Zandvoort 6 mei 1951

Hier werden 8 ronden gereden. Wout ging hier als 125 cc Senioren van start. Nummer 1. werd Lo Simons op Mondial in 30.55.6 min en dat stond voor 93.1 km/uur, 2. H. v.d. Werd op Eysink in 31.37.3 min, 3. W. v.d. Eyk op Morini in 33.24.3 min, 4. W. de Greef op Grefa in 33.25.1 min, 5. werd P. Bakker op NSU en 6. J. Scholtenkamp op Batavus met Villiers motortje. Piet Bakker dartelde door het veld, eerst als 7e, daarna 4e om weer terug te vallen naar de 7e plaats, maar eindigde toch als 5e, zo werd geschreven.

TT Assen 7 juli 1951

De grote prijs van Nederland. Voor de 125 cc zijn 39 inschrijvingen waaronder 18 Nederlanders. In werkelijkheid komen 21 renners aan de start voor 7 ronden om totaal 115.75 kilometer af te leggen.
Nummer 1 werd Leoni, Italië op een Mondial in 56.20.5 en dat was 123.27 km/uur, 2. Zinzani, Italië op Morino 59.02.9 min, 3. Graham, Engeland op MV in 59.06.8 min. De eerste 6 plaatsen voor buitenlandse renners, de rest volgde op één ronde. Op de 9e plek eindigde Wout de Greef op zijn Grefa.

De pits TT Assen 7 juli 1951
Rusten in de “pits” tegen de Ford Anglia

Tubbergen zaterdag 18 augustus 1951

Volgens het programmaboekje waren de recordhouders 125 cc senioren: A.H. v. Zutphen op Eysink in 5 min 17.1 seconde 104.79 km/uur en W. Wierde op Norman 5 min 17.1 seconde 104.79 km/uur.
In Assen had Wout als Senior-rijder goed gepresteerd om als 3e Nederlander na Zijlaard en Wierde over de finish te gaan en dankzij afgelopen prestaties had hij 5 punten verzameld en dat was evenveel als Renooy en Zijlaard. Tubbergen werd nu beheerst door De Greef en W. Wierda. Alhoewel Renooy (13) de snelste man was tijdens de training met zijn Eysink, was dit ten kostte gegaan van de betrouwbaarheid, want de motor liet het afweten met een drijfstanglager probleem en na reparatie viel de Eysink de volgende dag in de wedstrijd waar 8 ronden moesten worden gereden, toch al na één ronde uit.

Wout de Greef nr.1 in Tubbergen 1951
Dankzij de felle strijd tussen Wierda (7) en Wout de Greef (10), werd het oude ronde-record verbroken. Onder daverende toejuiching finishte hij als winnaar én kampioen van Nederland.

Ronde doorkomst 18-08-1951

Dat was wat, Wout werd hier op zijn Grefa Nederlands kampioen 125 cc senioren 1951.
Lauwerkrans, de beker, bloemen en een gelukkige verloofde. In 42.00.6 minuten met een gemiddelde snelheid van 105.47 km/uur.
Nummer 2 werd W. Wierda op Norman in 42.32.7 min, 3. A. Heineman op Eysink in 42.55.5 min, 4. A. Maessen op Eysink, 5. G. Lagerwey op Sparta, 6. C.G.A. Huybregts op Jonghi en 7. W. Regters op Puch.

Wout Kampioen 1951 Wout Kampioen met zijn Grefa
De huldiging van Wout de Greef met zijn eigenbouw Grefa. Foto rechts: v.l.n.r.: Joh. Bruinsma, sportvoorzitter van de K.N.M.V., de verloofde van Wout en de kampioen.

Verslaggever Harmse besloot zijn verhaal met de woorden: “Een mooiere beloning voor energiek volhouden en nuttige vrijetijd besteding is niet denkbaar!” Het was natuurlijk een hele sensatie, want als beginnend senior werd hij meteen kampioen van Nederland.
Hier in Tubbergen kreeg Wout ook het eerste NSU-achtige contact via Joh. Bruinsma, die hem beloofde om volgend jaar een snelle NSU naar Nederland te halen en dat gebeurde ook. Wout haalde de reclamepers met motorolie AVISOL en Lodge bougies met zijn overwinning.

Tubbergen 23 augustus 1952 met NSU Rennfox 125 cc

In 1951 kreeg ik de toezegging van Joh. Bruinsma dat ik een fabrieks NSU racer zou krijgen. In de tussentijd had ik eigenlijk geen contacten met Bruinsma. We moesten langskomen in Delden, daar zat importeur Huiskens en vervolgens reden we naar Tubbergen. De NSU Rennfox kwam toen regelrecht van Neckarsulm naar Tubbergen. De training was eigenlijk te kort om aan de motor te wennen. Er zat een onderbrekerknop op voor het schakelen, maar daar dorst ik niet mee te schakelen, want ik dacht die frictieplaat zit zó in elkaar en dan zo schakelen, nou dat zal wel niet gaan, ik dorst het niet. Ik dacht, ik heb nu zo'n dure motorfiets (ze hadden me vertelt dat die Rennfox zo'n 70.000 DM kostte) en ik wilde hem wel heel terugbrengen, daar durf ik geen rare dingen mee uit te halen. En dat schakelen ging zo zwaar, ik had na de race geen hand meer over. Er waren twee verschillende motoren, de een was helemaal nieuw, die moest ik nog helemaal inrijden, maar ik heb er niet meer dan twee uurtjes op gezeten in de hele training. En als je dan het verschil zag tussen mijn motortje en zo'n motor. Ik had een licht tweetakkie en dan kom je op een viertakkie, het is toch weer effe héél anders. De NSU Rennfox woog zo'n 90 kilogram en mijn Grefa 55 kg. Die tank liep helemaal door en zo'n klein wieltje erin. Met de Grefa kon ik echt sneller bochten nemen.
De NSU motoren werden voor het rijden op temperatuur gebracht met hete lucht.

Wout de Greef op NSU Rennfox 125 cc in Tubbergen

In het blad MOTOR werd het volgende geschreven: “De race van de 125 cc Senioren had een heel bijzonder aspect door de aanwezigheid van twee fabrieks-NSU Rennfoxen, de kleine NSU-machines en wel dezelfde, die in de Grote Prijs van Duitsland de Mondials, M.V.'s, Morini's enz. verslagen hadden. Toni Heineman en Wout de Greef waren de uitverkorenen en de verwachting was eigenlijk, dat Toni Heineman nu de kans zou krijgen om 'even' het Nederlands wegkampioenschap in de wacht te slepen, waarvoor hij reeds met 5 punten aan de kop stond. Toch zou het anders aflopen, want de beide NSU's wilden niet best van start en het waren Dick Renooy en zijn trouwe Eysink en Lo Simons op zijn mooie Mondial, die de leiding namen en die tot vlak voor het einde van de tweede ronde behielden, waarna Toni Heineman voorbij schoot en als eerste bij de startplaats doorkwam, zij het ook met een voorsprong van enkele meters. De Greef moest het met de vierde plaats doen en op ongeveer 10 seconden daarachter kwamen Van Exel op Mondial, Vierdag op Eysink, Muylwijk op DKW en Wierda op Norman, onder elkaar in felle strijd.

In de tweede ronde werd Dick Renooy naar de derde plaats verwezen, maar aan het einde van deze ronde stopte Dick om met machinepech uit te vallen. Dit bracht De Greef op de derde plaats en toen kreeg onze kampioen er pas eigenlijk zin in. Hij ging harder en harder, bracht het ronderecord op 4.48.5 of 115.16 km/uur en liep snel op onze Lo in, die in de vierde ronde het hoofd moest buigen.

Krant 23-08-1952Intussen had Heineman kennelijk moeilijkheden, want niet alleen werd Simons door De Greef verslonden, maar hij zat al gauw achter Toni aan, die langzamer en langzamer ging en Simons weer voorbij moest laten. Zijn hoop op het kampioenschap ging tenslotte in de zevende ronde helemaal verloren, want toen maakte een gebroken olieleiding een definitief einde aan het feest.

De strijd was nu beslist en De Greef won zoals hij wilde met 42 seconden voorsprong op Simons en met een gemiddelde van liefst 112.92 km/uur, waardoor hij zijn kampioenschap op volkomen verdiende wijze ook voor dit jaar continueerde”. Tot zover het verslag.

 

Persbericht 8 Wout de Greef nr. 1

Door deze overwinning werd hij kampioen van Nederland in de 125 cc klasse.
Een geweldige prestatie.

De huldiging van Wout de Greef

Otto Daiker werd in september kampioen van Duitsland in de 125 cc klassen en 4e in de 250 cc klasse.

Otto Daiker 1952

 

Samen met Otto Daiker stond
Wout de Greef op een poster 1952.

Ook in 1951 advertenties van
Lodge bougies en AVISOL motorolie.

Klik op deze foto
voor reclameposter en advertenties.

 

 

 

 

 

 

 

 

Fotogalerij van de NSU Rennfox 125 cc waar Wout de Greef op gereden heeft.
Deze NSU Rennfox 125 cc werd beschikbaar gesteld door het Zweirad- en NSU Museum van Neckarsulm. Klik op de foto voor meer beelden.

Zandvoort 7 september 1952

Tijdens de benefietwedstrijd voor de nabestaanden van Lous van Rijswijk werd Wout voor de tweede keer Nederlands kampioen in de 125 cc senioren klasse. In die wedstrijd werd hij vierde na Toni Heineman, Dick Renooy en Stoltenkamp.

TT Assen 27 juni 1953 NSU Rennfox 125 cc

In plaats van een Rennfox met vierbak zoals in Tubbergen kreeg ik zonder informatie hierover nu een machine met een vijfbak. Op de eerste training op woensdagavond was ik de snelste Nederlander en op vrijdagmorgen was de volgende training. Toen was ik alleen, want Heineman mocht niet eens rijden. Ik had een paar rondjes gereden op vrijdag en op zaterdag was de wedstrijd. Daar was Heineman nogal kwaad over, want hij had zijn eigen motorfiets niet eens meegenomen. Na enkele trainingsronden werd de bougie verwisseld waarna Werner Haas de machine overnam en verder trainde. Zaterdags kort voor de start kreeg ik een motor waarvan ik vermoedde dat deze niet eens had meegetraind. Met deze machine die niet echt in orde was heb ik de race uitgereden. Ik was met hoge verwachtingen naar Assen gekomen en door dit voorval teleurgesteld van start ben gegaan. We hadden goede samenwerking gehad met NSU. Ik kon begrijpen dat de eigen fabrieksrijders voorrang hebben gekregen. Werner Haas had in Assen punten voor het wereldkampioenschap nodig en is daarom naar voren geschoven. Op de Nürburgring en België had hij niet gereden. Daarom werd Werner Haas op de beste motor gezet en ik kreeg de mindere. Werner Haas finishte als eerste en ik werd 10de. Dale en Otto Daiker vielen uit met motorschade.
Naderhand heeft Bruinsma namens mij nog een brief geschreven aan NSU over deze manipulatie.

Stroomlijnkuip 1956

Tot in 1958 heeft Wout de Greef op zijn Grefa geraced. In de jaren 1957 en 1958 waren het alleen nog maar fabrieksmotoren in de racerij, daardoor werd het steeds lastiger om een prestatie neer te zetten als liefhebber. Wout heeft zelfs nog met stroomlijnkuipen van dun aluminium geëxperimenteerd en die werden getest in het Luchtvaartlaboratorium dat in de buurt stond, hij kende daar twee knapen die in de windtunnel-afdeling werkte. De motor werd aan 6 dunne staaldraadjes van 1 mm opgehangen en Wout klom er daarna in.

Grefa met eerste stroomlijnkuip De Grefa in de windtunnel
De luchtsnelheid werd tot 150 km/uur opgevoerd (zo hard ging ik toen nog niet) en dat gaf een heel vreemd effect. Met de stroomlijnkuip had de Grefa op het laatst toch zo'n topsnelheid van 150 km/uur.
Veel jaren later kwam Jan de Vries met zijn Kreidler ook in de windtunnel.

De Grefa met maximale stroomlijnkap
De Grefa in actie met een maximale stroomlijnkap.

De Grefa - wie weet waar de motor is?

De GrefaDe motorfiets is in 1958 verkocht aan een zekere Van Veen en die woonde in Zwolle. Die heeft de hele dag voor de deur gelegen, maar hij moest hem hebben. Daarna is de Grefa in Friesland terecht gekomen. Wat ze er precies mee gedaan hebben weet ik niet, maar ze hebben hem wel helemaal verknoeid. Uiteindelijk is hij bij Simon Schram terecht gekomen en in 1988 bij iemand van de motor veteranenclub.

 

 

 

Nawoord
Dit artikel heeft in de NSU Varia van de NSU Club Nederland gestaan in 1988 en 1990. Herman en ik hebben Wout vanaf 1987 gesproken over zijn motorsport-carière. In 1988 heeft Herman Mulstege in het kader van de beurs HISTO CAR in de Amsterdamse RAI een prachtige NSU Rennfox 125 cc geleend van het Zweirad- en NSU Museum Neckarsulm. Ook werd het fraaie Neckarsulmer Motorrad 1,25 pk uit 1901 geregeld, gewoon achter in een kleine aanhangwagen...
Wout de Greef en zijn vrouw waren natuurlijk uitgenodigd en ook op de beurs aanwezig om de NSU Rennfox nog eens te bewonderen. Mooie momenten!
Hans Homburg

Na een kortstondige ziekte is Wout de Greef, geboren 13 februari 1918,
op 15 december 1994 in Amersfoort overleden.